A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

A

Aangifte erfbelasting

De officiële melding aan de Belastingdienst van een ontvangen erfenis. Erfgenamen zijn verplicht aangifte te doen als de erfenis boven de vrijstelling uitkomt. De aangifte moet binnen acht maanden na overlijden worden ingediend.

Aanvaarding

De handeling waarmee een erfgenaam de erfenis accepteert. Er zijn drie mogelijkheden: zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden of verwerpen. De keuze heeft grote gevolgen voor de aansprakelijkheid voor schulden.

Akte van overlijden

Een officieel document van de gemeente waarin het overlijden wordt vastgelegd. Deze akte is nodig voor veel formaliteiten, zoals het aanvragen van een verklaring van erfrecht en het opzeggen van contracten.

Afwikkeling nalatenschap

Het complete proces van het regelen van alle zaken rond een erfenis: van het inventariseren van bezittingen en schulden tot het verdelen onder de erfgenamen en het afhandelen van belastingzaken.

Afwikkelingsbewind

Een bepaling in een testament waarbij de executeur ruime bevoegdheden krijgt om de nalatenschap af te wikkelen, inclusief het verkopen van goederen zonder toestemming van de erfgenamen.

B

Beneficiair aanvaarden

Het aanvaarden van een erfenis onder voorbehoud van boedelbeschrijving. Bij beneficiaire aanvaarding bent u niet persoonlijk aansprakelijk voor schulden die de bezittingen overstijgen. Er moet wel een officiële boedelbeschrijving worden opgemaakt. Dit is een verstandige keuze wanneer u niet zeker weet of de nalatenschap positief of negatief is.

Beschikkingsonbevoegdheid

De situatie waarin iemand niet langer zelfstandig beslissingen mag nemen over zijn vermogen, bijvoorbeeld door curatele of bewind. Dit kan gevolgen hebben voor het erfrecht.

Bewind

Een beschermingsmaatregel waarbij een bewindvoerder het beheer voert over het vermogen van iemand die daar zelf niet toe in staat is. In testamenten kan ook testamentair bewind worden opgenomen.

Boedel

Alle bezittingen en schulden die iemand nalaat na overlijden. De boedel omvat alles: van bankrekeningen en onroerend goed tot persoonlijke eigendommen en openstaande rekeningen. De boedel vormt de nalatenschap die verdeeld wordt onder de erfgenamen.

Boedelbeschrijving

Een gedetailleerde inventarisatie van alle bezittingen en schulden van de nalatenschap. Bij beneficiaire aanvaarding is een notariële boedelbeschrijving verplicht. De beschrijving dient als basis voor de verdeling.

Boedelnotaris

Een notaris die is aangewezen om de afwikkeling van de nalatenschap te begeleiden. De boedelnotaris kan helpen bij het opstellen van de verklaring van erfrecht, het verdelen van de erfenis en het oplossen van geschillen tussen erfgenamen.

Boedelregister

Het register bij de rechtbank waarin wordt bijgehouden of een erfenis beneficiair is aanvaard of verworpen. Schuldeisers kunnen hier controleren hoe de erfenis is aanvaard.

Boedelscheiding

De formele verdeling van de nalatenschap onder de erfgenamen. Bij onroerend goed moet de boedelscheiding via een notariële akte plaatsvinden.

Boedelvolmacht

Een schriftelijke machtiging waarmee erfgenamen één persoon (vaak de executeur of een mede-erfgenaam) de bevoegdheid geven om namens hen te handelen bij de afwikkeling van de nalatenschap.

C

Centraal Testamentenregister (CTR)

Een landelijk register waarin wordt bijgehouden of iemand een testament heeft laten opstellen en bij welke notaris dit is gebeurd. Na overlijden kan de notaris het CTR raadplegen om te controleren of er een testament is en wat de laatste wensen van de overledene waren.

Codicil

Een handgeschreven, gedateerd en ondertekend document waarin iemand bepaalde wensen vastlegt voor na overlijden. Een codicil kan alleen worden gebruikt voor specifieke zaken, zoals het verdelen van sieraden of het benoemen van iemand die voor de uitvaart moet zorgen. Voor belangrijkere zaken is een testament nodig.

Curatele

Een zware beschermingsmaatregel voor meerderjarigen die hun eigen belangen niet kunnen behartigen. Iemand onder curatele is handelingsonbekwaam en kan zelf geen testament maken.

D

Derdenrekening

Een speciale bankrekening van een notaris waarop gelden van derden worden bewaard, bijvoorbeeld tijdens de afwikkeling van een nalatenschap. Het geld is gescheiden van het vermogen van de notaris.

Drie-maanden termijn

De wettelijke termijn waarbinnen erfgenamen een keuze moeten maken over aanvaarding of verwerping van de erfenis. Na deze termijn kunnen schuldeisers een termijn laten stellen door de kantonrechter.

E

Eigenhandig testament

Een testament dat door de erflater zelf met de hand is geschreven, gedateerd en ondertekend. Dit wordt ook wel een olografisch testament genoemd. Het moet bij een notaris in bewaring worden gegeven om rechtsgeldig te zijn.

Erfdeel

Het deel van de nalatenschap waar een erfgenaam recht op heeft. De grootte van het erfdeel hangt af van het testament of, bij afwezigheid daarvan, van het wettelijk erfrecht. Partners en kinderen hebben bijvoorbeeld recht op een bepaald wettelijk erfdeel.

Erfbelasting

De belasting die erfgenamen moeten betalen over hun erfdeel. De hoogte hangt af van de waarde van de erfenis en de relatie tot de overledene. Partners en kinderen betalen minder belasting dan andere erfgenamen. Er gelden ook vrijstellingen waaronder een deel van de erfenis onbelast blijft.

Erfenis

Het geheel van rechten en verplichtingen dat overgaat op de erfgenamen bij overlijden. De erfenis omvat zowel bezittingen als schulden van de overledene.

Erfgenaam

Iemand die recht heeft op (een deel van) de nalatenschap. Erfgenamen kunnen zijn aangewezen in een testament of volgen uit het wettelijk erfrecht. Wettelijke erfgenamen zijn bijvoorbeeld de partner, kinderen, ouders, broers en zussen.

Erfgenamenonderzoek

Een onderzoek om te achterhalen wie de wettelijke erfgenamen zijn. Dit wordt gedaan door de notaris en omvat onder andere raadpleging van de Basisregistratie Personen en het Centraal Testamentenregister.

Erflater

De persoon die is overleden en een nalatenschap achterlaat. De erflater kan via een testament hebben bepaald wie zijn erfgenamen zijn en hoe de nalatenschap moet worden verdeeld.

Erfopvolging

De overgang van het vermogen van de erflater naar de erfgenamen. De erfopvolging vindt plaats op het moment van overlijden en kan via testament of via het wettelijk erfrecht geregeld zijn.

Erfrecht

Het rechtsgebied dat bepaalt wat er gebeurt met de bezittingen en schulden van iemand die overlijdt. Het erfrecht regelt wie de erfgenamen zijn, hoe groot hun erfdeel is, en welke rechten en plichten zij hebben.

Erfstelling

De bepaling in een testament waarin wordt aangegeven wie de erfgenamen zijn en voor welk deel zij erven. Door een erfstelling kan worden afgeweken van het wettelijk erfrecht.

Europese erfrechtverordening

Europese regelgeving die bepaalt welk nationaal erfrecht van toepassing is bij internationale nalatenschappen. Sinds 2015 is in principe het erfrecht van het land waar de erflater zijn laatste gewone verblijfplaats had van toepassing.

Executeur

Iemand die in een testament is aangewezen om de nalatenschap af te wikkelen. De executeur beheert de boedel, betaalt de schulden, regelt de uitvaart indien gewenst, en zorgt ervoor dat de erfgenamen hun erfdeel krijgen. De executeur heeft een grote verantwoordelijkheid en moet netjes verantwoording afleggen.

Executele

De taak en bevoegdheid van de executeur. De omvang van de executele wordt bepaald door het testament en kan variëren van alleen het regelen van de uitvaart tot volledige afwikkeling van de nalatenschap.

F

Fideicommis

Een testamentaire bepaling waarbij de erfgenaam verplicht is het geërfde vermogen later door te geven aan een ander (de verwachter). Dit wordt ook wel een tweetrapsmaking genoemd.

Fideïcommissaire substitutie

Zie: Fideicommis. Een regeling waarbij eerst de ene persoon erft, en bij diens overlijden het restant overgaat naar een ander.

Formele aanvaarding

Het uitdrukkelijk en officieel aanvaarden van een erfenis, door het afleggen van een verklaring bij de rechtbank. Dit is nodig bij beneficiaire aanvaarding.

G

Gemeenschap van goederen

Een huwelijksvermogensregime waarbij alle bezittingen en schulden van beide echtgenoten gezamenlijk eigendom zijn. Bij overlijden valt de helft van de gemeenschap in de nalatenschap.

Geregistreerd partnerschap

Een wettelijk erkende samenlevingsvorm die grotendeels gelijk is aan het huwelijk. Geregistreerd partners hebben dezelfde erfrechtelijke positie als gehuwden.

Gift

Een schenking tijdens leven. Giften binnen een bepaalde periode voor overlijden kunnen meetellen voor de erfbelasting en kunnen invloed hebben op de legitieme portie.

Grosse

Een officieel afschrift van een notariële akte, voorzien van het hoofd "In naam van de Koning" en de vermelding "Uitgegeven voor grosse". Een grosse heeft executoriale kracht.

H

Handlichting

Een beschikking van de kantonrechter waardoor een minderjarige bepaalde handelingen mag verrichten die normaal alleen meerderjarigen mogen doen, zoals het aanvaarden van een erfenis.

Herroeping testament

Het intrekken van een eerder gemaakt testament. Dit kan door het maken van een nieuw testament of door een aparte akte van herroeping. Een testament kan op elk moment worden herroepen.

Huwelijkse voorwaarden

Een notariële akte waarin echtgenoten afspraken maken over hun vermogen. Huwelijkse voorwaarden bepalen mede wat bij overlijden in de nalatenschap valt.

I

Inboedel

Alle roerende zaken in een woning, zoals meubels, huishoudelijke apparaten, kleding, sieraden en persoonlijke bezittingen. De inboedel maakt deel uit van de nalatenschap en moet worden verdeeld onder de erfgenamen of verkocht.

Inbreng

De verplichting van een erfgenaam om bij de verdeling van de nalatenschap rekening te houden met giften die hij tijdens het leven van de erflater heeft ontvangen. Inbreng kan bij testament worden opgelegd.

In Memoriam pagina

Een online herdenkingspagina ter nagedachtenis aan de overledene. Nabestaanden en bekenden kunnen hier condoleances achterlaten, herinneringen delen en virtuele kaarsjes aansteken.

Inkorting

Het verminderen van testamentaire makingen (legaten of erfstellingen) wanneer deze de legitieme portie van een kind aantasten. Het kind kan inkorting vorderen om zijn legitieme portie te ontvangen.

Intestaat erfrecht

Het wettelijk erfrecht dat van toepassing is wanneer iemand overlijdt zonder testament. De wet bepaalt dan wie de erfgenamen zijn en hoe groot hun erfdeel is. De volgorde is: partner en kinderen, ouders en broers/zussen, grootouders, overgrootouders.

Inventarisatie

Het in kaart brengen van alle bezittingen en schulden van de nalatenschap. Een goede inventarisatie is essentieel voor een correcte afwikkeling en verdeling.

K

Kantonrechter

De rechter die bevoegd is in erfrechtzaken, zoals het benoemen van een vereffenaar, het stellen van termijnen voor aanvaarding, of het verlenen van machtigingen bij minderjarige erfgenamen.

Kindsdeel

Het deel van de erfenis waar een kind recht op heeft. Bij wettelijk erfrecht erft elk kind een gelijk deel. Als er een partner is, krijgen de kinderen hun erfdeel pas als de langstlevende partner overlijdt (wettelijke verdeling), maar ze hebben wel een vordering op de langstlevende.

Keuzerecht

Het recht van de langstlevende echtgenoot om bij de wettelijke verdeling te kiezen of hij bepaalde goederen wel of niet wil overnemen tegen verrekening met zijn erfdeel.

Kwijtschelding

Het kwijtschelden van een schuld, bijvoorbeeld een lening aan een kind. Dit kan gevolgen hebben voor de nalatenschap en de erfbelasting.

L

Langstlevende

De partner die achterblijft na het overlijden van de andere partner. Bij de wettelijke verdeling krijgt de langstlevende automatisch alle bezittingen en schulden, terwijl de kinderen een vordering krijgen die pas opeisbaar is na overlijden van de langstlevende.

Langstlevendentestament

Een testament dat ervoor zorgt dat de langstlevende partner zo goed mogelijk verzorgd achterblijft. Vaak bevat het bepalingen die vergelijkbaar zijn met of aanvullend zijn op de wettelijke verdeling.

Last

Een verplichting die in een testament aan een erfgenaam of legataris wordt opgelegd. Bijvoorbeeld de verplichting om voor een huisdier te zorgen.

Legaat

Een specifiek goed of geldbedrag dat in een testament aan iemand wordt nagelaten. Bijvoorbeeld: "Ik laat mijn horloge na aan mijn neef." De ontvanger van een legaat is een legataris en geen erfgenaam, en is dus niet aansprakelijk voor schulden van de nalatenschap.

Legataris

De ontvanger van een legaat. Een legataris is geen erfgenaam en is daarom niet aansprakelijk voor schulden van de nalatenschap.

Legitieme portie

Het wettelijk minimum erfdeel waar kinderen altijd recht op hebben, ook als zij in het testament zijn onterfd. De legitieme portie is de helft van het normale erfdeel. Een kind dat is onterfd kan hierop aanspraak maken door dit binnen vijf jaar na overlijden te claimen.

Levenstestament

Een document waarin iemand vastlegt wat er moet gebeuren als hij door ziekte of een ongeluk niet meer zelf kan beslissen. Dit is iets anders dan een gewoon testament, dat pas werkt na overlijden.

M

Making

Een algemene term voor een begunstiging in een testament, zoals een erfstelling of een legaat.

Minderjarige erfgenaam

Een erfgenaam jonger dan 18 jaar. Voor minderjarige erfgenamen geldt dat hun wettelijk vertegenwoordiger (meestal de ouders) namens hen handelt. Vaak is toestemming van de kantonrechter nodig voor bepaalde beslissingen.

Morele erfgenaam

Iemand die zich moreel verplicht voelt om voor de nalatenschap te zorgen, ook al is hij geen wettelijke of testamentaire erfgenaam.

Mutatie

Een financiële verandering in de nalatenschap na overlijden, zoals inkomsten (uitkeringen, rente) of uitgaven (begrafeniskosten, notariskosten).

N

Nalatenschap

Het geheel van bezittingen en schulden dat iemand achterlaat na overlijden. De nalatenschap gaat over op de erfgenamen en moet worden afgewikkeld: schulden worden betaald en de resterende bezittingen worden verdeeld.

Nalatenschapsmediation

Een vorm van bemiddeling waarbij een neutrale mediator helpt bij het oplossen van conflicten tussen erfgenamen over de nalatenschap.

Niet-opeisbaarheidsclausule

Een bepaling in een testament of bij de wettelijke verdeling dat kinderen hun erfdeel niet direct kunnen opeisen van de langstlevende partner.

Notariële akte

Een door een notaris opgemaakt officieel document. Testamenten en verklaringen van erfrecht zijn voorbeelden van notariële akten.

Notaris

Een juridisch specialist die onder andere testamenten opstelt en verklaringen van erfrecht afgeeft. De notaris is onpartijdig en moet de belangen van alle betrokkenen in het oog houden.

O

Ongedaanmaking wettelijke verdeling

De mogelijkheid voor erfgenamen om binnen drie maanden na overlijden de wettelijke verdeling ongedaan te maken. Hierdoor worden zij gezamenlijk eigenaar van de nalatenschap en kunnen zij zelf de verdeling bepalen.

Onterven

In een testament bepalen dat iemand geen erfgenaam is. Let op: kinderen kunnen niet volledig worden onterfd, zij houden altijd recht op hun legitieme portie (de helft van hun normale erfdeel).

Onwaardigheid

Een wettelijke grond waardoor iemand geen erfgenaam kan zijn. Bijvoorbeeld: wie de erflater heeft gedood of diens testament heeft vervalst, is onwaardig om te erven.

Opeisbaarheid

Het moment waarop een vordering (bijvoorbeeld het kindsdeel bij de wettelijke verdeling) daadwerkelijk kan worden opgeëist. Vaak is het kindsdeel pas opeisbaar bij overlijden van de langstlevende partner.

Ouderlijke boedelverdeling

Een testamentaire regeling waarbij de langstlevende partner alle bezittingen krijgt en de kinderen een vordering krijgen. Deze regeling was gebruikelijk vóór 2003 en lijkt op de huidige wettelijke verdeling.

Overlijdensrisicoverzekering

Een verzekering die bij overlijden een bedrag uitkeert aan de begunstigde(n). De uitkering valt meestal buiten de nalatenschap maar kan wel belast zijn met erfbelasting.

P

Parentele stelsel

Het systeem in het Nederlandse erfrecht dat bepaalt in welke volgorde familieleden erven als er geen testament is. Eerst erven kinderen en partner, dan ouders en broers/zussen, enzovoort.

Periodieke uitkering

Een reeks van betalingen gedurende een bepaalde periode of levenslang. In testamenten kan worden bepaald dat een erfgenaam een periodieke uitkering krijgt in plaats van een bedrag ineens.

Plaatsvervulling

Wanneer een erfgenaam is vooroverleden of de erfenis heeft verworpen, kunnen diens kinderen in zijn of haar plaats treden. De kinderen verdelen dan samen het erfdeel van hun ouder.

Premie-erfgenaam

Een erfgenaam die meer dan zijn wettelijk erfdeel krijgt doordat hij bijvoorbeeld in het testament extra is begunstigd.

R

Rechtbank

De gerechtelijke instantie die bevoegd is in erfrechtzaken. De kantonrechter (onderdeel van de rechtbank) behandelt veel erfrechtkwesties, zoals verzoeken om beneficiaire aanvaarding of het benoemen van een vereffenaar.

Rente kindsdeel

De wettelijke of testamentair bepaalde rente die de langstlevende partner moet betalen over de vorderingen van de kinderen bij de wettelijke verdeling.

Reservataire erfgenamen

Erfgenamen die recht hebben op een minimumdeel van de nalatenschap: in Nederland zijn dit alleen de kinderen (legitieme portie).

S

Saisine

Het principe dat erfgenamen automatisch en van rechtswege eigenaar worden van de nalatenschap op het moment van overlijden. Er is geen aparte overdracht nodig.

Saldo nalatenschap

Het verschil tussen de totale bezittingen en de totale schulden van de nalatenschap. Een positief saldo betekent dat er te verdelen is onder de erfgenamen. Een negatief saldo betekent dat de schulden hoger zijn dan de bezittingen.

Samenlevingscontract

Een notariële overeenkomst tussen ongehuwde partners over hun samenwoning. Zonder testament hebben samenwoners geen wettelijk erfrecht, dus is een testament belangrijk.

Schenking

Het tijdens leven overdragen van vermogen aan een ander zonder tegenprestatie. Schenkingen binnen 180 dagen voor overlijden tellen mee voor de erfbelasting.

Schuldeisers

Personen of instanties aan wie de overledene nog geld schuldig was. Schuldeisers hebben voorrang op erfgenamen: eerst moeten de schulden worden betaald, daarna pas wordt verdeeld.

Som ineens

Een vast geldbedrag dat in een testament aan iemand wordt vermaakt. Dit is een vorm van legaat.

Staaksgewijze verdeling

Een verdelingsmethode waarbij de erfenis wordt verdeeld over "takken" van de familie. Als een kind is vooroverleden, krijgen diens kinderen samen het deel dat hun ouder zou hebben gekregen.

Stiefkind

Het kind van de partner uit een eerdere relatie. Stiefkinderen erven niet automatisch van hun stiefouder; hiervoor is een testament nodig.

Sublegaat

Een legaat dat rust op een ander legaat. De legataris is verplicht om uit het aan hem vermaakte goed iets aan een derde te geven.

Successierecht

De oude benaming voor erfbelasting. Sinds 2010 heet dit officieel erfbelasting.

T

Tariefgroepen erfbelasting

De verschillende belastingtarieven die gelden afhankelijk van de relatie tot de overledene. Partners en kinderen vallen in tariefgroep 1 (laagste tarief), andere erfgenamen in tariefgroep 2 (hoger tarief).

Testament

Een notariële akte waarin iemand vastlegt wat er na overlijden met zijn bezittingen moet gebeuren. In een testament kan worden bepaald wie erfgenaam is, wie executeur wordt, en kunnen legaten worden toegekend. Een testament gaat voor op het wettelijk erfrecht.

Testamentair bewind

Een regeling in een testament waarbij het vermogen dat aan een erfgenaam wordt nagelaten, wordt beheerd door een bewindvoerder. Dit wordt vaak gedaan bij minderjarige erfgenamen of erfgenamen die niet goed met geld kunnen omgaan.

Testamentaire last

Een verplichting die in een testament aan een erfgenaam of legataris wordt opgelegd, zoals het verzorgen van een huisdier of het onderhouden van een graf.

Testateur

De persoon die een testament heeft gemaakt of laat maken.

Tweetrapsmaking

Een testamentaire bepaling waarbij eerst de ene persoon erft (de bezwaarde), en wat bij diens overlijden nog over is, naar een ander gaat (de verwachter). Zie ook: Fideicommis.

U

Uitsluitingsclausule

Een bepaling in een testament of bij een schenking dat het verkregen vermogen buiten een eventuele gemeenschap van goederen blijft. Zo wordt voorkomen dat het vermogen bij een scheiding moet worden gedeeld met de ex-partner van de erfgenaam.

Uitvaartkosten

De kosten van de begrafenis of crematie. Uitvaartkosten zijn schulden van de nalatenschap en worden daaruit betaald. Ze zijn ook aftrekbaar voor de erfbelasting.

Uitsluiting

Het in een testament bepalen dat bepaalde personen niet mogen erven. Kinderen kunnen wel worden uitgesloten, maar behouden recht op hun legitieme portie.

V

Verdeling

Het toekennen van specifieke goederen uit de nalatenschap aan de individuele erfgenamen. Na de verdeling is elke erfgenaam eigenaar van zijn toegedeelde goederen.

Vereffenaar

Een door de rechtbank benoemde persoon die een nalatenschap afwikkelt wanneer deze beneficiair is aanvaard of wanneer er problemen zijn met de afwikkeling.

Vereffening

De wettelijke procedure voor het afwikkelen van een beneficiair aanvaarde nalatenschap of een nalatenschap met meer schulden dan bezittingen. De vereffenaar betaalt eerst de schuldeisers en verdeelt dan wat overblijft.

Verjaring

Het verlopen van een termijn waarna een recht niet meer kan worden uitgeoefend. De legitieme portie verjaart bijvoorbeeld na vijf jaar.

Verklaring van Erfrecht (VVE)

Een notariële akte die aantoont wie de erfgenamen zijn en wie bevoegd is om de nalatenschap af te handelen. Banken, verzekeraars en andere instanties vragen vrijwel altijd om een verklaring van erfrecht voordat zij meewerken aan de afwikkeling van de nalatenschap.

Versterf erfrecht

Een andere term voor intestaat erfrecht: het wettelijk erfrecht dat geldt als er geen testament is.

Verwachter

De persoon die bij een tweetrapsmaking (fideicommis) uiteindelijk het vermogen ontvangt nadat de eerste verkrijger (bezwaarde) is overleden.

Verwerpen

Het volledig afwijzen van een erfenis. Wie verwerpt, ontvangt niets uit de nalatenschap maar is ook niet aansprakelijk voor eventuele schulden. Verwerping moet via de rechtbank worden geregeld en is definitief.

Verzorgingsvruchtgebruik

Het recht van de langstlevende partner om goederen uit de nalatenschap te blijven gebruiken (zoals de woning), ook als de kinderen eigenaar zijn geworden.

Volmacht

Een schriftelijke machtiging om namens een ander te handelen. Bij de afwikkeling van een nalatenschap geven erfgenamen vaak een volmacht aan de executeur of een mede-erfgenaam.

Vooroverlijden

Het eerder overlijden dan de erflater. Als een erfgenaam vooroverleden is, kunnen diens kinderen door plaatsvervulling erven.

Vruchtgebruik

Het recht om goederen van een ander te gebruiken en de vruchten (opbrengsten) ervan te genieten. Vaak wordt vruchtgebruik in testamenten gebruikt om de langstlevende partner het gebruik van de woning te geven, terwijl de kinderen eigenaar zijn.

Vrijstelling erfbelasting

Het bedrag dat u mag erven zonder hierover erfbelasting te betalen. De hoogte van de vrijstelling hangt af van uw relatie tot de overledene. Partners hebben de hoogste vrijstelling, gevolgd door kinderen.

W

Waardering

Het bepalen van de waarde van bezittingen in de nalatenschap. Voor de erfbelasting moet alles worden gewaardeerd op de waarde in het economisch verkeer op de overlijdensdatum.

WOZ-waarde

De waarde van een woning volgens de Wet Waardering Onroerende Zaken. Voor de erfbelasting mag de WOZ-waarde worden gebruikt voor de eigen woning.

Wettelijke verdeling

De standaardregeling in het erfrecht sinds 2003 voor gehuwden en geregistreerd partners met kinderen. De langstlevende partner krijgt automatisch alle bezittingen en schulden. De kinderen krijgen een vordering ter grootte van hun erfdeel, die pas opeisbaar is na overlijden van de langstlevende partner.

Wilsbeschikking

Een eenzijdige rechtshandeling waarbij iemand zijn wil verklaart over wat er na zijn dood met zijn vermogen moet gebeuren. Een testament is een wilsbeschikking.

Wilsrecht

Het recht van kinderen om bij de wettelijke verdeling goederen in eigendom te krijgen ter waarde van hun vordering. Dit kan worden ingeroepen als de langstlevende partner hertrouwt of als de langstlevende overlijdt. Het wilsrecht beschermt kinderen tegen het verlies van familiebezittingen.

Z

Zorgplicht executeur

De verplichting van de executeur om als een goed executeur voor de nalatenschap te zorgen en verantwoording af te leggen aan de erfgenamen.

Zuiver aanvaarden

Het volledig accepteren van een erfenis, inclusief alle bezittingen én schulden. Bij zuivere aanvaarding bent u als erfgenaam ook met uw eigen vermogen aansprakelijk als de schulden hoger zijn dan de bezittingen. Zuiver aanvaarden gebeurt automatisch als u zich als erfgenaam gedraagt, bijvoorbeeld door spullen uit de nalatenschap mee te nemen.

Hulp nodig bij de nalatenschap?

Legaris begeleidt u stap voor stap door het hele proces.

Start uw dossier